Skip to main content
Pijnstillers en koortsremmers

Sterkere pijnstillers

Meestal worden sterkere pijnstillers gebruikt bij chronische pijn. Ze worden veel minder gebruikt bij acute pijn. Daar zal men eerder een beroep doen op vrij verkrijgbare pijnstillers zoals paracetamol, ibuprofen of acetylsalicylzuur. Niettemin worden ook deze laatste regelmatig bij chronische pijn gebruikt.

Middelsterke pijnstillers

De middelsterke pijnstillers werken anders dan de reeds besproken vrij verkrijgbare pijnstillers. Het menselijk lichaam produceert zelf ook pijnstillende stoffen. Die lijken op morfine en heten dan ook "endorfines". Deze stoffen blokkeren de zogenaamde opiaatreceptoren en verminderen zo de gevoeligheid voor pijn. Deze specifieke, krachtige pijnstillers doen hetzelfde en vertonen zo een sterk pijnstillend effect.

Sterke pijnstillers

Zowel patiënten als artsen zijn soms terughoudend om een beroep te doen op deze sterke pijnstillers omwille van de vrees voor verslaving of versuffing. Nochtans toont klinische ervaring aan dat het “juiste” gebruik van sterke pijnstillers bij heel wat patiënten de levenskwaliteit verbetert, waardoor zowel sociale als professionele reïntegratie mogelijk is. Uit onderzoek blijkt tevens dat bij de juiste selectie van de patiënten door de behandelende arts het gevaar voor verslaving duidelijk kleiner is. Meestal is bij deze patiënten een verhoging van de dosering helemaal niet noodzakelijk, zelfs niet na een jarenlange behandeling. Soms kan men na enige tijd zelfs overgaan op minder sterke pijnstillers. Het is belangrijk dat men de keuze van de pijnstiller hierbij aanpast aan de pijnintensiteit. In geval van ernstige, chronische pijn mag men een patiënt geen sterke pijnstillers ontzeggen.

Sterke pijnstillers worden op verschillende manieren toegediend:

  • Tabletten: kortwerkende of traagwerkende tabletten dienen dagelijks ingenomen te worden.
  • Spuitjes: deze kunnen worden gebruikt bij patiënten met slikproblemen.
  • De pijnpomp: de medicatie wordt via een pompsysteem rechtstreeks in het lichaam ingespoten. Sommige van deze pijnpompen moeten worden geplaatst door een specialist in een pijncentrum.
  • Pijnpleisters: de toedieningsvorm is via een pijnpleister. Zo’n pleister is transparant en voelt als een tweede huid. Je voelt hem niet, je ziet hem nauwelijks en je kan ermee douchen, baden of zwemmen. Het geneesmiddel sijpelt traag maar constant door een vlies uit de pleister en dringt via de huid het lichaam binnen. Je vervangt de pleister om de drie dagen.

Lees meer over verschillende toedieningsvormen.

Toedieningsvormen: voor- en nadelen